Warmtescenario Berenschot vergt integratie sectoren - Utilities
nieuws

Warmtescenario Berenschot vergt integratie sectoren

Publicatie

27 Sep 2018

Categorie

Utilities

Soort

nieuws

Tags

Berenschot, warmte

In navolging op de elektronen en moleculenscenario’s, rekende Berenschot aan een nieuw CO2-reductiescenario: het warmtescenario. Ook in dit scenario gaat de CO2-emissie in 2050 terug naar vrijwel nul, met meer integratie tussen de sectoren.

Grootschalige inzet op duurzame warmte draagt bij aan een forse CO2-reductie. Met de inzet van geothermie, zonnewarmte, industriële restwarmte en warmtepompen wordt veel van de warmtevraag in lage temperaturen direct gedekt. Duurzame bronnen zoals zon en wind, duurzame gassen zoals groen gas en waterstof, en duurzame import dekken de pieken in de warmtevraag, plus de hele elektriciteitsvraag. Het ideale scenario van Berenschot is kortgezegd een mix van duurzame warmte, elektronen en moleculen.

In het warmtescenario van Berenschot gaan de onderzoekers er van uit dat uiteindelijk ruim veertig procent van de huishoudens wordt aangesloten op een volledig duurzaam warmtenet. De basiswarme wordt geleverd door geothermie of restwarmte van bedrijven waarbij hulpketels op groen gas of waterstof de extra capaciteit leveren.

Industrie

De warmtevoorziening voor de industrie kan een stuk duurzamer betere inzet van de warmte door interne restwarmteherbenutting, cascadering en stoomrecompressie. Ook kan elektrische warmteopwekking een rol spelen. Voor de basisvoorziening van hoge temperaturen in de industrie ziet Berenschot een mix van duurzame stroom (elektronen) en duurzaam gas (moleculen).

Conversie

Doordat er al zoveel wordt bereikt met duurzame warmte en slimme warmtetechnieken is er, in vergelijking met andere scenario’s, minder elektrificatie nodig en ook minder waterstof. Daardoor kent het warmtescenario minder opgesteld elektrisch vermogen en zijn er relatief weinig omzettingsverliezen. Bert den Ouden, sectorleider Energie bij Berenschot: ‘Waterstof is een mooi middel, maar wordt wel gemaakt met omzettingsverliezen, dat geldt voor zowel blauwe als groene waterstof. In dit scenario wordt het doel mede bereikt door slimme warmtetechnieken en geothermie. Daarmee voorzie je veel warmtevraag één op één met duurzame warmtebronnen. Wel vergt warmte een dure infrastructuur, dus we moeten de pieken op een andere manier voorzien. Dat gaat dan met elektrificatie en waterstof, minder dan in andere scenario’s, maar wel zo efficiënt mogelijk. Hierbij zijn alle financiële en energetische consequenties op een integraal systeemniveau meegenomen.’

Combinatie

Door de omvangrijke Nederlandse warmtevraag direct te koppelen aan duurzame warmtebronnen, komt er een stabiele basis om direct CO2-emissies te reduceren. De pieken in die warmtevoorziening en de elektriciteit komen dan uit wind en zon met een gemixte back-up van groen gas, beperkte biomassa-import en waterstof. Die laatste energiedrager is een mix van blauwe  en groene waterstof waarbij die laatste gedeeltelijk wordt geïmporteerd.

Kosten

Voor de kwantificering van beide scenario’s combineerde Berenschot het openbare Energie Transitie Model (ETM) met eigen modellen. Daarmee zijn de totale kosten van de energievoorziening in het warmtescenario geraamd op 38 miljard euro per jaar, in het jaar 2050 met vrijwel volledige CO2-reductie. Dat ligt tussen de kosten voor het moleculenscenario en het elektronenscenario, eerder geraamd op jaarlijks 31 respectievelijk 45 miljard euro, waarbij overigens nog niet alle energie-infrastructuurkosten waren meegenomen. Het warmtescenario geeft in verhouding een sterke reductie van het aardgasverbruik, dat daalt van de huidige 35 miljard kuub naar ruim vijf miljard kuub per jaar in 2050.