Tweederde kantoorgebouwen verbruikt meer dan energielabel aangeeft - Utilities
nieuws

Tweederde kantoorgebouwen verbruikt meer dan energielabel aangeeft

Publicatie

3 Jul 2017

Categorie

Utilities

Soort

nieuws

Tags

e-nolis, engie

Maar liefst 65 procent van de Nederlandse kantoorgebouwen heeft een hoger energieverbruik dan het bijbehorende energielabel aangeeft. Hoe beter het energielabel, hoe slechter de prestatie zoals verwacht conform het energielabel. Van de panden met een energielabel C of beter presteert namelijk zelfs 70 procent slechter dan je op basis van het label zou verwachten. Dat blijkt uit onderzoek van e-nolis, uitgevoerd bij 119 gebouwen met een totaal vloeroppervlak van 1,1 miljoen vierkante meter.

De onderzochte kantoorpanden laten een gemiddelde kostenbesparingspotentie van 2,29 euro per vierkante meter zien en een energiebesparingspotentie van 0,37 petajoule. Voor de totale kantorensector betekent dit dat, als de besparingen worden geëxtrapoleerd, de besparingen op kunnen lopen tot maar liefst 17 petajoule. Dit is meer dan het totale energieverbruik van de gemeente Den Haag (inclusief duurzame warmte en snelwegen). Hiermee kan binnen de kantorensector een kostenbesparing van 120 miljoen euro en een CO2-besparing van 1,1 miljard kilogram CO2 worden verwezenlijkt.

Paradox

Vanaf 2023 is ieder kantoorgebouw vanaf honderd vierkante meter verplicht een energielabel C te hebben. Giel van Giersbergen van e-nolis: ‘Die verplichting is een goede stap om de energiezuinigheid te verbeteren, maar daarmee ben je er nog niet. Uit ons onderzoek komt een paradox naar voren: juist gebouwen met een beter energielabel presteren in de praktijk slechter dan je op basis van hun energielabel zou verwachten. Maar liefst zeventig procent van de gebouwen met een energielabel C of beter presteert ondermaats.

Complexe systemen

Gebouwen met een beter energielabel hebben complexere systemen dan gebouwen met een slechter energielabel. Die systemen blijken vaak niet optimaal ingesteld, waardoor niet het optimale rendement wordt gehaald. Zo blijken installaties soms onnodig door te draaien buiten gebruikstijd. Complexere systemen stellen andere eisen aan het personeel. Verder hebben deze systemen tot gevolg dat men andere vragen moet stellen aan de installateur en dat hier beter gestuurd moet worden op energieverbruik. ‘Een mogelijke oplossing is om in een contract met de installateur af te rekenen op prestaties. Dat gebeurt nog te weinig’, aldus Van Giersbergen.

Aanbevelingen

Het onderzoek biedt aanbevelingen voor de verschillende belanghebbenden. De overheid zou niet alleen moeten vasthouden aan het verbeteren van het energielabel, maar ook aandacht moeten schenken aan de prestatie conform het energielabel. Vanwege de verplichting van het energielabel C ligt daarop de focus, terwijl juist de operationele energiebesparingen bijdragen aan de doelstellingen van het Energieakkoord. Eigenaren maken gebouwen aantrekkelijker voor de huurders als ze presteren conform energielabel. Huurders weten dan beter welke kosten ze kunnen verwachten. Technische dienstverleners kunnen hun kennis en kunde inzetten om het verschil tussen energielabel en daadwerkelijke energieprestatie te verkleinen. Als banken meer naar de operationele energiebesparingen kijken, kunnen duurzaamheidsdoelstellingen makkelijker worden gehaald, wordt de verstrekte financiering beter betaalbaar of kunnen meer duurzame maatregelen worden gerealiseerd voor hetzelfde geld.

Bron: e-nolis