Maatwerk voor beperking industriële CO2-uitstoot - Utilities
nieuws

Maatwerk voor beperking industriële CO2-uitstoot

Publicatie

8 Okt 2018

Categorie

Utilities

Soort

nieuws

Tags

Klimaatakkoord

Minister Eric Wiebes van Economische Zaken stuurde de kabinetsappreciatie van het klimaatakkoord naar de Tweede Kamer. De opdracht voor de klimaattafels is duidelijk: de voorstellen moeten nu verder worden uitgewerkt en omgezet in concrete acties. Omdat een beperkt aantal bedrijven verantwoordelijk is voor het leeuwendeel van de industriële emissies, streeft het kabinet naar maatwerk voor deze bedrijven. Wiebes gaat er wel van uit dat zowel de industrie als de overheid bijdragen aan de nodige investeringen.

Het voorstel voor hoofdlijnen is een belangrijke stap op weg naar een Klimaatakkoord. Tegelijkertijd blijkt uit de analyses van het PBL en het CPB ook dat er nog stappen moeten worden gezet om het voorstel uit te werken in concrete instrumenten en acties. Om in alle sectoren de verdere uitwerking mogelijk te maken, zullen alle partijen meer duidelijkheid moeten bieden over de inzet die zij zelf gaan plegen en waar men elkaar uiteindelijk aan kan houden. Ook van de kant van het kabinet moet die duidelijkheid geboden worden. In het voorstel voor hoofdlijnen wordt nadrukkelijk gevraagd om richting van het kabinet.

Fluitsignaal

Met de richting die het kabinet in deze appreciatie geeft wordt het gesprek dat partijen de komende maanden met elkaar voeren om tot concrete afspraken te komen verder ingekaderd. Een akkoord is het hiermee nog niet. Met deze kabinetsappreciatie geeft het kabinet vooral het fluitsignaal voor de tweede ronde gesprekken aan de sectortafels en in het Klimaatberaad. Het kabinet vraagt de sectortafels in deze tweede ronde nadrukkelijker in beeld te brengen welke aanvullende maatregelen nog mogelijk zijn.

Industrie

De wens om eerder dan andere landen te beginnen met de noodzakelijke transitie, vergt ook additionele investeringen van de Nederlandse industrie. De internationale concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven en weglekeffecten van CO2-uitstoot zijn hierbij voor het kabinet belangrijke aandachtspunten. Tegelijkertijd betekenen deze investeringen dat de Nederlandse industrie, als internationale koploper, zijn concurrentiepositie op (middel)lange termijn duurzaam kan versterken.

Bovenstaande rechtvaardigt dat overheid en industrie gezamenlijk bijdragen aan de benodigde investeringen. Voor een geloofwaardig akkoord is van belang dat zeker wordt gesteld dat de afgesproken doelstelling voor uitstootvermindering in de industrie ook echt wordt gehaald. Het kabinet kiest hierbij voor een aanpak langs drie sporen en vraagt de tafel hiervoor voorstellen te doen.

Kostenreductie

Het eerste spoor is kostenreductie. Onder meer wordt CO2-reductie in de industrie ondersteund via de in het regeerakkoord aangekondigde verbreding van de SDE+. De via de SDE+ beschikbare middelen voor de industrie zijn begrensd.

Borging

Het tweede spoor is borging. Naast een ambitieuze inzet op kostenreductie van CO2-reducerende technologieën zal, als stok achter de deur, een borgingsmechanisme zoals een CO2-heffing op het niveau van de sector worden uitgewerkt. Op basis van het voorstel van de tafel kan in 2019 gestart worden met de wetgeving ter invoering hiervan, zodat de stok in werking kan treden indien met de programmatische aanpak onvoldoende voortgang wordt gemaakt richting het CO2-doel van 2030. De opbrengsten worden teruggesluisd naar de industrie om ingezet te worden voor CO2-besparende maatregelen binnen de randvoorwaarde dat deze aanwending aantoonbaar doelmatig is. Bij dit borgingsmechanisme moeten het gelijke speelveld en de internationale concurrentiepositie worden bewaakt.

Maatwerk

Het derde spoor is maatwerk. Een aanzienlijk deel van de industriële CO2-uitstoot in Nederland komt voor rekening van een beperkt aantal bedrijven. Het kabinet vraagt de tafel dan ook om een voorstel te doen hoe maatwerkafspraken met individuele bedrijven, bijvoorbeeld in de vorm van een CO2-reductieplan voor de desbetreffende bedrijven met bijbehorende voortgangsrapportage, onderdeel kunnen zijn van de aanpak. Voor bedrijven die onvoldoende bijdragen, kan het kabinet aanvullende maatregelen nemen. Voor de bredere groep bedrijven waarvoor geen maatwerkoplossing wordt uitgewerkt, is het voorstel dat de tafel een bindende meerjarenafspraak maakt, die past bij de CO2- reductieopgave.

Bron: Rijksoverheid