30 % van industriële warmtevraag door ultra diepe geothermie - Utilities
nieuws

30 % van industriële warmtevraag door ultra diepe geothermie

Publicatie

19 Jun 2017

Categorie

Petrochem

Soort

nieuws

Tags

ultra diepe geothermie

Dertig procent van de warmte die de industrie nodig heeft, zou in de toekomst door ultra diepe geothermie geleverd kunnen worden. De ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu, EBN, TNO en zeven consortia van bedrijven hebben vandaag de zogeheten Green Deal Ultra Diepe Geothermie (UDG) ondertekend. Dit is een belangrijke stap om de mogelijkheden voor UDG in Nederland in kaart te brengen en een basis te leggen voor verdere ontwikkeling van deze technologie.

Minister Kamp (Economische Zaken): ‘Het kabinet streeft ernaar om in 2050 de CO2-uitstoot in Nederland naar bijna nul terug te brengen. Daartoe is het noodzakelijk om voor de warmtevoorzieningen alternatieven te ontwikkelen. Geothermie, waarbij warmte uit de diepe ondergrond naar het oppervlak wordt gehaald, is zo’n alternatief. De geothermieprojecten die we al kennen zijn nog niet geschikt voor hoge temperatuur warmtevoorziening voor de industrie. Om de warmtevraag in deze sector te verduurzamen is het noodzakelijk geothermie op grotere diepten toe te passen.’ UDG is gericht op het benutten van warmte op een diepte van meer dan 4.000 meter.

Eerste resultaten in 2020

De zeven consortia bestaan elk uit een groep partijen die zich samen ten doel hebben gesteld om binnen afzienbare tijd in Nederland een UDG project te ontwikkelen. De consortia worden vertegenwoordigd door Vermilion Energy Netherlands, FrieslandCampina, GOUD, Parenco/QNQ, Geothermie Brabant, Huisman equipment en Havenbedrijf Rotterdam.

Uitgebreid geologisch onderzoek moet nu eerst meer duidelijkheid bieden over de mate waarin de consortia kunnen verwachten warmte van de juiste temperatuur en onder de juiste omstandigheden aan te treffen. Ook moet er inzicht komen in de meest kansrijke aanpak voor het uitvoeren van succesvolle boringen. Op basis hiervan kan doorontwikkeling van de projecten plaatsvinden. Naar verwachting zullen in 2020 de eerste resultaten in de vorm van pilotprojecten zichtbaar worden.