Staalindustrie kan grondstof voor chemische industrie leveren - Utilities
nieuws

Staalindustrie kan grondstof voor chemische industrie leveren

Publicatie

6 Dec 2017

Categorie

Utilities

Soort

nieuws

Tags

Arcelor Mittal, DOW, ISPT, Nuon, Tata Steel, TKI Energie & Industrie

De staalindustrie kan zijn koolmonoxide-emissies drastisch verlagen door delen van zijn koolstofemissies te leveren aan de chemische industrie. Dit concludeert ISPT naar aanleiding van het Coresym-onderzoek naar industriële symbiose.

De staalindustrie heeft tot nog toe geen alternatieven voor het gebruik van cokes voor het smelten van staal. De chemische industrie is op zijn beurt voornamelijk afhankelijk van fossiele olie en aardgas. Een samenwerkingsverband tussen de Universiteit van Groningen, ISPT, Nuon, Tata Steel, Dow, Arcelor Mittal en het TKI Energie & Industrie onderzocht of het mogelijk was koolmonoxide van de staalindustrie in te zetten in de chemische industrie. Het project heet officieel: CarbOn-monoxide RE-use through SYMbiosis between steel and chemical industries (CORESYM) en heeft als doel de koolstofemissies van zowel de staal- als de chemische industrie terug te dringen. En met succes. In theorie zou deze vorm van industriële symbiose jaarlijks 57 miljoen ton CO2-emissies kunnen vermijden. Dat is 1,3 procent van de totale Europese CO2-emissies.

Koolmonoxide

Tijdens de productie van staal komt veel restgas vrij. Dit gas bestaat voor achttien tot dertig procent uit koolmonoxide, voor vijftien tot 25 procent uit kooldioxide en verder zit er nog stikstof en waterstof in. De staalbedrijven verbranden tot nog toe de koolmonoxide in energiecentrales, waar de koolmonoxide wordt omgezet in kooldioxide. Dit is zonde omdat koolmonoxide een waardevolle koolstofbron is voor de chemische industrie. Bovendien wordt bij de verbranding van koolmonoxide twee keer zoveel kooldioxide geproduceerd als bij de verbranding van steenkool.

Methanol

Het CORESYM-onderzoek richtte zich dan ook op de vraag of het mogelijk was de restgassen van de staalindustrie in te zetten in chemische basisproducten. In eerste instantie zou het waterstofgas kunnen worden gebruikt in de chemische industrie. In een later stadium zou ook koolmonoxide kunnen worden ingezet als grondstof voor de productie van methanol of ethanol. Deze stoffen kunnen nafta vervangen als grondstof voor diverse chemische producten zoals ethyleen, polypropyleen en synthetische brandstoffen.

Het gebruik van restgassen als grondstof voor de chemie kan de CO2-emissie van de staalindustrie met twintig tot 35 procent terugdringen. Op den duur zou de staalindustrie de synthetische brandstoffen die van hun eigen restgassen worden gemaakt weer inzetten in hun proces. Op die manier sluit men de koolstofkringloop.

Hoewel deze vorm van industriële symbiose in theorie meer CO2 kan besparen dan welke andere CO2-besparende oplossing dan ook, zijn er wel behoorlijke investeringen voor nodig. De deelnemers aan de studie willen dan ook graag verder met het ontwikkelen van de techniek en infrastructuur, maar vraagt wel om steun van de overheid.

Wilt u meer weten over Industriële symbiose en CORESYM? Tijdens het congres Industrie & Energie op 12 december geeft Andreas ten Cate een masterclass over dit onderwerp.

 

 

Bron: ISPT