|
Industrie ontsnapt aan CO2-handel |
|
|
|
Grote delen van de Europese industrie blijven na 2013 grotendeels gratis rechten voor de uitstoot van broeikasgas (CO2) krijgen. Dat blijkt uit een ontwerpbesluit dat de Europese Commissie naar de lidstaten van de Europese Unie heeft gestuurd, en dat het Financieele Dagblad heeft ingezien. Kunstmestmakers, staalproducenten, papierfabrieken en smelterijen behoren tot de bedrijven die volgens het Brusselse document vanwege internationale concurrentie de kosten van de aankoop van CO2-rechten onvoldoende kunnen doorberekenen. Om te voorkomen dat dit soort bedrijven de productie in de EU staakt en verplaatst naar landen die een minder streng CO2-beleid hebben - Brussel spreekt van 'carbon leakage' - besloten de Europese regeringsleiders in december 2008 de grote energieconsumenten tegemoet te komen. Als deze bedrijven hun productiekosten door emissiehandel met meer dan 5% zouden zien stijgen, en ze voor hun omzet voor meer dan tien procent afhankelijk zijn van handel met landen buiten de EU, zouden ze gratis rechten blijven krijgen. Een bedrijf dat aan het eerste criterium niet voldoet, maar voor meer dan dertig procent van zijn omzet afhankelijk is van landen buiten de EU, krijgt ook een vrijstelling. Een eerste cijfermatige analyse, die Brussel in mei publiceerde, gaf aan dat meer dan negentig procent van de grote energieconsumenten aan de voorwaarden voor gratis rechten zou voldoen. Het ontwerpbesluit van de Commissie is een bevestiging van die analyse. Het college van eurocommissarissen dient het ontwerpbesluit nog te accorderen. Ook de lidstaten moeten er nog mee instemmen. Onzekere factor in het besluit is of geïndustrialiseerde landen buiten de EU in december in Kopenhagen significante reductie van de CO2-uitstoot door hun bedrijfsleven beloven. In dat geval vervalt de noodzaak om de Europese industrie vrij te stellen. Het internationale klimaatberaad verloopt echter moeizaam. In haar stuk noemt de Commissie ruim 160 bedrijfstakken en -processen, die voldoen aan de criteria voor 'carbon leakage', en dus gratis CO2-rechten zouden moeten krijgen. Behalve grote broeikasgasuitstoters zoals cementmakers, geldt dat ook voor weinig broeikasgas-emitterende bedrijven die tomatenpuree maken, olie en gas winnen, naalden produceren, of verf en pesticiden fabriceren. Ook de scheepsbouw en textielfabrikanten vallen onder de vrijstelling. Helemaal los van de CO2-handel komen de vrijgestelde bedrijven overigens niet. Ze krijgen in 2013 gratis uitstootrechten op basis van de gemiddelde broeikasgasuitstoot van tien procent van de efficiëntste bedrijven in hun sector. De industrie is op dit moment in overleg met de Europese Commissie over het vastleggen van deze gemiddelde waarden. Wie slechter scoort dan deze waarde, moet emissierechten bijkopen. Die zijn op dit moment ruim vijftien euro per ton waard. Het ontwerpbesluit betekent dat vooral stroomproducenten vanaf 2013 emissierechten moeten kopen. Zij behoren ook tot de grote uitstoters van broeikasgas. Het plan van de Commissie houdt ook in dat de EU-lidstaten naar verhouding minder geld zullen verdienen aan de verkoop van broeikasgasrechten aan bedrijven. De bedoeling was de opbrengst deels in maatregelen tegen klimaatverandering in ontwikkelende landen buiten de EU te steken. Daarvoor zou tegen 2020 tussen de 66 en 80 miljard euro per jaar nodig zijn. De klimaattop in december in Kopenhagen levert alleen een akkoord op als ontwikkelende landen zicht hebben op omvangrijke financiële hulp. Bron: Het Financieele Dagblad |