Energietransitie drijft investeringen TenneT op - Utilities
nieuws

Energietransitie drijft investeringen TenneT op

Publicatie

7 Dec 2017

Categorie

Utilities

Soort

nieuws

Tags

TenneT

De door TenneT geplande en maatschappelijk gewenste investeringen in het Nederlandse net zijn gericht op een blijvend hoge zekerheid van levering van stroom en de verdere verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening. Van de tussen de 3,5 en 4,5 miljard euro die naar verwachting wordt geïnvesteerd in het hoogspanningsnet op land is circa twee derde deel nodig voor uitbreiding van het net op zowel het 380 kilovolt-niveau als op de 150 kilovolt en 110 kilovolt niveaus. Circa twee miljard euro is toegewezen aan de ontwikkeling en de bouw van een net op zee om tot 2023 in totaal 3.450 megawatt aan geplande windparken voor de Zeeuwse en Hollandse kusten aan te kunnen sluiten op het landelijke net.

De sterke groei van het aandeel hernieuwbare energiebronnen in heel Europa onderstreept de noodzaak om een grensoverschrijdend elektriciteitsnet te ontwikkelen waarmee elektriciteitsstromen tijdens piekperiodes over een groter gebied kunnen worden verdeeld. Grensoverschrijdende verbindingen (interconnectoren) worden dan ook steeds belangrijker en TenneT’s investeringen en expertise spelen een sleutelrol bij de verdere ontwikkeling van een geïntegreerde Europese energiemarkt.

Voor de komende tien jaar wordt verwacht dat de totale interconnectiecapaciteit tussen Nederland en omringende landen bijna zal verdubbelen van 5,55 gigawatt in 2016 naar 10,8 gigawatt in 2025. Zo is TenneT in 2016 begonnen met de bouw van de onderzeese gelijkstroomverbinding COBRAcable van Nederland naar Denemarken en zorgt TenneT voor een toename van de interconnectiecapaciteit met België met 2 gigawatt naar 3,4 gigawatt. De bouw van de verbinding Doetinchem-Wesel tussen Nederland en Duitsland is vergevorderd en wordt in 2018 in bedrijf genomen. Daarmee groeit Nederland meer en meer uit tot elektriciteitsknooppunt van Noordwest-Europa. Via de nieuwe en bestaande internationale verbindingen als de NorNed-kabel en de BritNed-kabel kunnen eventuele overschotten in duurzame energieproductie efficiënter in de hele regio Noordwest-Europa worden benut. Dit draagt ook bij aan een stabiele prijsvorming en hoge leveringszekerheid in Nederland van 99,99 procent.

Sterke groei duurzame energieproductie

Het Nederlandse 380kV-net is de ruggengraat van het Nederlandse hoogspanningsnet en zorgt voor het transport van grootschalig opgewekt vermogen door heel Nederland én van en naar het buitenland. Een aanzienlijk deel van de uitbreidingsinvesteringen is bestemd voor de grote 380 kV-projecten in het zuidwesten en noordoosten van Nederland, ter ontsluiting van productievermogen in Zeeland en Noord-Nederland en om transport van grootschalige wind te faciliteren. Verder zorgt TenneT voor een verzwaring van onze nationale transportring om overschotten van duurzaam geproduceerde elektriciteit in Noordwest-Europa over een groter geografisch gebied te kunnen spreiden en versterken we op verschillende plaatsen ons 110 kV- en 150 kV-net om de ontsluiting van duurzame energie te faciliteren.

Net op zee

In totaal wordt er de komende tien jaar twee miljard uitgetrokken voor de totaal vijf Net op Zee projecten voor het aan land brengen van bijna 3.500 megawatt aan windenergie. De vijf gestandaardiseerde 700 megawatt platformen hebben een zo ‘lean’ en ‘mean’ mogelijk ontwerp om de kosten voor de maatschappij zo laag mogelijk te houden. De met de overheid gecoördineerde netaansluiting van windparken op zee draagt bij aan een kleinere impact op de leefomgeving. Daarnaast kunnen binnen de grotere windgebieden, zoals Borssele en Hollandse Kust (zuid), platformen onderling verbonden worden waardoor de beschikbaarheid verbetert.

Ontwikkeling elektriciteitsproductievermogen in Nederland

De uitbreidingsinvesteringen in het Nederlandse transportnet worden het komende decennium vooral gedreven door ontwikkelingen in productievermogen, zowel binnen Nederland als in het buitenland, en veel minder door wijzigingen in het belastingpatroon.

De totale jaarlijkse elektriciteitsvraag blijft gedurende de zichtperiode van dit kwaliteits en capaciteitsdocument naar verwachting redelijk constant. Enerzijds neemt de vraag naar elektriciteit af door een toenemende efficiency van huishoudelijke apparatuur en energiebesparing in de industrie, terwijl anderzijds nieuwe toepassingen zoals warmtepompen en elektrisch vervoer juist tot extra vraag leiden. Het verwachte netto-effect van deze ontwikkelingen zorgt ervoor dat de elektriciteitsvraag naar verwachting licht toeneemt. Als gevolg van bijvoorbeeld elektrisch vervoer wordt er een verschuiving van de vraagpiek verwacht. Door de juiste marktprikkels te ontwikkelen, kan de vraagpiek worden afgevlakt.

Voor de bepaling van de benodigde transportcapaciteit wordt naast de ontwikkeling van de elektriciteitsvraag ook gekeken naar het opwekprofiel. De ontwikkelingen in productievermogen hebben alles te maken met de ook in Nederland ingezette transitie naar duurzame energie.

Het huidige Nederlandse productiepark kent nu nog een relatief klein aandeel van duurzame energiebronnen en een groot geïnstalleerd vermogen aan gascentrales. Aan het begin van de zichtperiode van het KCD 2017 (steekjaar 2018) wordt uitgegaan van brandstof- en CO2-prijzen die tot gevolg hebben dat elektriciteitsproductie uit kolengestookte centrales goedkoper is dan productie uit aardgas. Dit heeft tot gevolg dat het Nederlandse productiepark relatief duur is ten opzichte van Duitsland, waar bruin- en steenkoolcentrales veelal de marginale eenheid zijn en waarmee het Nederlandse elektriciteitsnet goed verbonden is. Hierdoor wordt in de uitgangssituatie elektriciteit geïmporteerd uit dit land. Gedurende de zichtperiode verandert deze situatie, omdat de toename van elektriciteitsproductie uit duurzame bronnen en de aanname dat gasgestookt vermogen goedkoper wordt dan elektriciteitsproductie uit steenkool, ertoe leidt dat Nederland minder gaat importeren en tegen het einde van de zichtperiode een min of meer neutrale export-/importbalans verkrijgt.

Hoewel de jaarlijkse saldi van import en export aan het eind van de zichtperiode een kleinere waarde laat zien dan aan het begin van de zichtperiode, blijven de op uurbasis getransporteerde volumes op de verbindingen met het buitenland ongeveer even hoog. Deze internationale verbindingen (interconnectoren) worden in de toekomst vaker in verschillende richtingen gebruikt.

Toekomst energietransitie

TenneT verwacht in Nederland in de komende tien jaar in het kader van de energietransitie en de leveringszekerheid grote investeringen te doen in de netinfrastructuur op land en op zee. Deze extra capaciteit zal overbelasting op het net – bijvoorbeeld op dagen met veel wind (én zon) – voorkómen, en maakt het mogelijk om duurzame elektriciteit op grote schaal te transporteren van opweklocaties naar verbruikscentra.

Zon

Eind 2016 was er tussen 1,8 en 2 gigawatt aan zonvermogen in Nederland geïnstalleerd, een verdubbeling van de hoeveelheid ten opzichte van 2014. Voor de toekomst wordt op basis van de NEV  2016 voorzien dat de hoeveelheid zonvermogen in de periode tot 2035 jaarlijks met gemiddeld 1 gigawatt zal toenemen tot 21 gigawatt in 2035. Gebaseerd op voorziene kostendalingen van zonnepaneelsystemen en commerciële doorbraak van batterijopslag is er kans dat zon-PV sterker groeit dan in de NEV 2016 voorzien. Als maximum is daarom in één scenario een toename naar 30 gigawatt aan geïnstalleerd zon PV-vermogen voor 2035 aangehouden.

Wind

Wind op zee moet volgens het Energieakkoord in 2023 een omvang hebben van 4.500 megawatt. TenneT is verantwoordelijk voor het aansluiten van nieuw windvermogen op zee voor de geplande windparken voor de Zeeuwse en Hollandse kusten van 3.450 megawatt. Gezien de gemiddelde doorlooptijd bij het realiseren van infrastructurele projecten, heeft TenneT voor de periode na 2023 in dit KCD 2017 – op basis van de Routekaart Wind op Zee – verdere netconcepten verkend. Daarin zien we dat de overgebleven aangewezen windenergiegebieden van Hollandse Kust en Ten Noorden van de Waddeneilanden kunnen worden ontsloten met het standaard AC platform van 700 megawatt zoals deze momenteel wordt toegepast. In de huidige netsituatie is het echter niet zeer waarschijnlijk dat het additionele vermogen van het eveneens aangewezen windenergiegebied IJmuiden Ver ook met AC verbindingen relatief dicht bij de kust kan worden aangesloten. Dit vraagt om andere oplossingen. Eén van die oplossing kan zijn om de geproduceerde elektriciteit verder landinwaarts, voorbij de gesignaleerde capaciteitsknelpunten aan de kust, aan te sluiten met gelijkstroomverbindingen. Ook andere oplossingen zijn mogelijk zoals het stimuleren van grootschalige vraag naar elektriciteit op locaties nabij de kust, of het inzetten van conversie en opslag. Onderzoek naar optimale ontsluiting van windenergie uit verder gelegen gebieden leidt mogelijk tot nieuwe netconcepten zoals het creëren van een verzamelpunt (hub) op zee. Op dit verzamelpunt zou de conversie van wisselstroom naar gelijkstroom (HVDC) plaats kunnen vinden. Een eiland-hub lijkt in potentie vanaf een bepaalde schaalgrootte van een windgebied voordelen te bieden.

Bron: TenneT